Poortjes naar de parel van de Ruwaard
alle verhalen 13/06/2022

Poortjes naar de parel van de Ruwaard

Tijdens de bouw van De Haard, een nieuw wijkcentrum in de Ruwaard in Oss, ontstond een open tuin voor bezoekers van het wijkcentrum én bewoners van Sterrebos. Op initiatief van de bewoners van de begane grond maakte BrabantWonen poortjes in de muurtjes van hun terrassen. Zo kunnen ze makkelijker de tuin in. Lex, gepensioneerd hovenier en al twaalf jaar bewoner van Sterrebos, is er blij mee. “Ik draag graag mijn steentje bij aan de tuin. Hij ligt er prachtig bij. Ze noemen dit stuk niet voor niets de parel van de Ruwaard.”

Poortjes naar de parel van de Ruwaard

Liep je vroeger door de Brederostraat, dan zag je een groot stuk grond met vooral struiken, bosjes en rozenperken. De komst van wijkcentrum De Haard veranderde dat. In overleg met de gemeente toverde BrabantWonen het stuk grond om tot een open tuin.

Tijdens de aanleg sprak Lex met de tuinarchitect. “Hij wilde met vaste planten gaan werken, in plaats van bodembedekkers en bomen. Dat is goed voor de bijen en andere insecten. Met mijn achtergrond vond ik het leuk om mee te denken over de planten. Ik raadde skimmia, heester en sedum aan. En margrieten en asters. De planten die er nu staan, bloeien op verschillende momenten. Sommige in het voorjaar, andere in de zomer en weer andere in de herfst. Zo hebben we het grootste deel van het jaar een kleurrijke tuin.”

Bewonersinitiatief

Om in de tuin te komen, moesten de bewoners van de begane grond van Sterrebos omlopen. Of over het muurtje rondom hun eigen terras klimmen. “Onhandig en gevaarlijk, zeker voor mensen op leeftijd of in een rolstoel”, vertelt Rob van Dorst, wijkbeheerder van BrabantWonen in Ruwaard en Heesch. “Dus namen de bewoners initiatief. Ze vroegen of wij poortjes wilden maken in de muurtjes, zodat ze makkelijker de tuin in kunnen gaan.”
Dat vond Rob een goed idee, maar hij gaf de bewoners wel een opdracht mee: maak een plan, en zorg dat iedereen meedoet. Meggy, een van de jongste bewoners van Sterrebos, pakte dit op. “Ik schreef ons plan uit: wat is precies onze vraag, wat hebben we nodig en wat levert het op? Ondertussen had ik met Rob prettig contact via e-mail en telefoon.”

Makkelijk toegang via poortjes

Belangrijk was dat door de poortjes het aangezicht van het gebouw zou veranderen. Alleen als alle bewoners van de begane grond het samen eens werden, zouden de poortjes er komen. Nou, dat was geen enkel probleem. Mede door de tuin hadden de bewoners al goed contact met elkaar. Meggy: “Ik woon hier binnenkort twee jaar. Zo snel als ik hier ben ingeburgerd, ging het nergens anders. Dat komt echt door de tuin. Normaal zit je in je eigen tuin, met de poort dicht.”
Nadat Meggy namens de bewoners een officieel verzoek had ingediend, schakelde BrabantWonen een aannemersbedrijf in. De aannemer freesde een stuk muur weg, en plaatste houten poortjes in de muurtjes van de negen appartementen op de begane grond.

Samen onderhouden

Lex stapt alle dagen wel door zijn poortje om de tuin te onderhouden. “Het is best veel werk,” vertelt hij, “maar ik vind het fijn. Het is tenslotte mijn vak. Toen ik voor de gemeente werkte, stond ik hier al te schoffelen. Gelukkig hoef ik het nu niet alleen te doen. Twee jongens van sociale onderneming IBN werken hier ook in de tuin.”
En ook de buren, zoals Meggy, steken regelmatig de handen uit de mouwen. “Dan ga ik onkruid wieden”, vertelt Meggy. “Heerlijk rustig werk. Ik leef voor het eerst zonder eigen tuin bij mijn huis. Omdat ik wel groene vingers heb, ben ik blij met de gedeelde tuin. En met dat mijn buren en ik er zo makkelijk even in lopen.”

Ontmoeting in de tuin

Inmiddels is de tuin een echte ontmoetingsplek. Voor de bewoners van Sterrebos en andere wijkbewoners. Er staat een klimrek voor kinderen. En een fysiotherapeut plaatste een aantal trimfietsen, waarop mensen in beweging kunnen komen. Wanneer Lex in de tuin staat, maakt hij regelmatig een praatje met wijkbewoners die lansglopen. “Dan willen ze bijvoorbeeld wat weten over de planten. De mensen die komen voor de trimfietsen spreek ik minder. Die komen vooral om te trappen. Tja, dan kun je niet ook nog praten.”