Sla menu over

Eerste Slagen, Eerste bewoners

De Slagen kent een aantal gouden huurders. Mensen die er al meer dan 50 jaar wonen en de wijk vanaf het begin hebben beleefd. Toen ze er kwamen, lag er nog modder in plaats van straten, waren er geen winkels en voelde de rest van Den Bosch ver weg. Drie gouden huurders vertellen over toen en nu, en over samen vormgeven aan de buurt. Drie verschillende levens in drie vrijwel dezelfde huizen.

Vrouw leest magazine aan tafel

“Hier heb ik alles wat ik nodig heb”

Zodra we gaan zitten aan Dries’ keukentafel, laat hij een mapje zien met geprinte mailtjes, begrotingen en posters. “Elf jaar geleden heb ik een ouderenvereniging opgericht. Vanuit die vereniging organiseer ik om het jaar een groot feest voor de hele wijk.”

Uitjes met ouderen

Naast die feesten regelt Dries ook uitstapjes met de vereniging. “Enkele jaren geleden gingen we bijvoorbeeld met een groep naar het strand. Als ik aan die dag denk, zie ik direct een van de leden voor me. Hij was 96 en is helaas inmiddels overleden. Ik reed hem met z’n strandrolstoel zo het water in, en moest zo ontzettend lachen. Hij lachte net zo hard mee.”

Het tekent Dries’ wens om mensen samen te brengen en iets bij te dragen aan de wijk. Hij maakt zich ook al jaren hard voor een vaste ontmoetingsplek in de wijk. Tot zijn spijt kwam die er nog niet. “Zonde. Soms hadden we even een tijdelijke plek. Daar zag ik mensen echt opbloeien. Vooral ouderen, die anders alleen zitten.”

Man met bril

Dries

  • Thuis in De Slagen sinds: 1974.

  • Woonde er met: zijn vrouw en twee kinderen. Nu alleen.

  • Mooiste herinnering: zomeravonden met buren in de tuin, samen buiten zijn.

Verbinding met de buren

Dries heeft altijd goed contact gehad met zijn buren. Samen met een buurman groef hij een gedeelde vijver, op de grens tussen hun tuinen. En ook andere buren weten Dries te vinden voor een klusje in de tuin. “Met de buren aan de ene kant heb ik de schutting vernieuwd. En aan de andere kant hebben we hem in overleg samen iets verhoogd.”

Met nieuwere buurtbewoners, vooral die met een andere culturele achtergrond, voelt Dries minder verbinding. “Op straat zeggen we wel gedag. Maar we hebben ieder onze eigen plekken waar we naartoe gaan om mensen te ontmoeten. En ze komen niet naar de feesten die ik organiseer. Dat vind ik jammer.”

Helemaal thuis

Toch voelt Dries zich nog helemaal thuis in De Slagen. “Ik wil hier absoluut niet weg. Ik heb hier alles wat ik nodig heb.”

“Ik geniet van de fijne hoekjes in huis”

Petra en haar zoon Mark wonen samen in hun huis aan de Eerste Slagen. Ze horen allebei tot de eerste bewoners van De Slagen. Tijdens ons gesprek met Petra zit Mark er gezellig bij, en halen ze samen herinneringen op. “Het was hier helemaal leeg.”

Kale vlakte

In De Slagen vonden veel medewerkers van postbedrijf PTT een huis. “Mijn man werkte ook bij de PTT. Hij had het huis al geaccepteerd, nog voordat ik het had gezien. Ik vroeg hem: we zitten toch wel aan een straat? Want ik wilde wel een beetje beweging. Nou je ziet het, een echte straat is het niet. Maar door de kantoorgebouwen die later werden gebouwd, is er toch wel wat beweging over het pad voor de deur.”

“Het was een kale vlakte om de Eerste Slagen heen. Onze boodschappen deden we bij de kaasboer en de groenteboer aan de deur. Gelukkig is er nu wel een winkelcentrum dichtbij. En een kleuterschool.”

Vrouw

Petra

  • Thuis in De Slagen sinds: 1970.
  • Woonde er met haar man en twee zoons. Nu nog met één zoon.
  • Mooiste herinnering: geen specifiek moment, het huis zelf met z'n fijne hoekjes om te zitten en te lezen.

Wereld komt naar je toe

Voor Mark was die ruimte fijn. Met zijn broer en de andere kinderen uit de buurt konden ze lekker voetballen. Onder die buurtgenoten waren toen vooral kinderen uit Nederland, Marokko en Turkije. “Nu wonen er ook veel mensen uit Syrië. Dat vinden wij fijn. De wereld komt naar je toe. En de mensen hebben respect voor elkaar en helpen elkaar graag. Van banden plakken tot eten brengen.”

Zelf helpt Petra ook graag, waar dat kan. Ze werkte lang in de thuiszorg, zorgde voor haar zieke man, en stond klaar voor de buren. Zo paste ze vaak op twee jonge kinderen, die verderop in de straat wonen. “En we hadden lang een Surinaams gezin vlakbij, met wie we veel contact hadden. Die mis ik wel. Een van de dochters komt gelukkig nog vaak langs. En van de andere dochter krijg ik post.”

Mensen missen

Petra mist wel meer mensen, zo blijkt uit de foto’s op een prikbord boven de tafel. Van haar man, broer, zussen en vriendinnen. “Die zijn er allemaal niet meer. Dat vind ik misschien wel het ergste van ouder worden.” Wel kan Petra nu meer voor zichzelf doen, want dat vergat ze nog wel eens. “Ik geniet van de vele fijne hoekjes van het huis, waar ik graag zit te lezen.”

"Voor mij is het helemaal goed zo"

Marianne ontvangt ons in haar lichte hoekhuis. Haar zoon Frank is er ook, hij woont in de buurt. Leuk, want een van Mariannes mooie herinnering aan de beginjaren in de wijk gaat over hem. “Een buurvrouw kwam Frank eens thuisbrengen, als kleine jongen, nadat hij vast was komen te zitten in de modder. ‘Zijn laarsjes zitten daar nog steeds vast’, zei ze!”

Modder

Die modder is het eerste waar Marianne over begint. Ze ziet weer de nieuwbouwwijk voor zich, nog zonder straten. “Op de flat waar we eerst woonden dacht ik: mijn jongens kunnen hier helemaal niet vies worden. Nou, dat heb ik geweten. Ik moest ze hier bij de deur soms helemaal uitkleden, omdat ze van top tot teen onder de modder zaten.”

“En toch was ik hartstikke blij. Die verhuizing, naar dit huis, met een eigen tuin. Dat maakte me zó gelukkig. Het was pionieren, maar dat vergeet je ook gewoon weer. Natuurlijk was mijn man erbij, we deden het samen.”

Vrouw leest magazine aan tafel

Marianne

  • Thuis in De Slagen sinds: 1970.
  • Woonde er met: haar man en twee zoons. Nu alleen.
  • Mooiste herinnering: de verhuizing van een flat naar een huis met tuin, het hier mogen beginnen.

Wortels in de wijk

Nadat haar man overleed, overwoog Marianne even om te verhuizen. “Ik dacht: ik zit hier in een groot huis, misschien kan een ander dat beter gebruiken. Maar dan kom je wel in een heel andere buurt terecht. Hier ken ik mensen, kan ik op de buren rekenen. Sommigen hebben zelfs een sleutel. Ergens anders moet ik opnieuw beginnen. Dat zag ik niet zitten.”

Marianne en haar buren hebben elkaar altijd goed geholpen. “Wij hadden een hond, net als onze overburen. De vader van dat gezin overleed jong. Vanaf dat moment nam mijn man hun hond vaak mee, als hij ‘s avonds onze hond ging uitlaten. Wel zo veilig, voor de buurvrouw en haar jonge kinderen. En zelf heb ik veel kleding gerepareerd voor de buurt.”

Omkijken naar elkaar

“Nog steeds mogen de buren altijd aanbellen voor hulp, al kan ik natuurlijk minder. Nu is het eerder andersom, bijvoorbeeld als het heeft gesneeuwd. Dan vraagt de buurvrouw of ik nog iets nodig heb, en hoef ik niet naar buiten. Ja, ik heb niets te wensen voor de buurt. Het is voor mij helemaal goed zo.”